Pinnen

Hoe moderner de tijden, hoe armzaliger het straatbeeld. Telefooncellen verdwenen door de komst van het mobieltje, en met de e-mail gingen ook de posterijen er langzaam maar zeker aan. Afgelopen week bezorgde PostNL een brief -hadden ze weer eens wat te doen- waarin stond dat ze het aantal brievenbussen drastisch zouden verminderen. Dit weekend kreeg ik te maken met een ander fenomeen in de teloorgang van de ooit zo moderne zegeningen. Komend vanuit Apeldoorn -met de auto, niet de paardentram- schoot me te binnen dat er een foodfestival gaande was in een loods achter het station.

Aangezien het rond etenstijd was, was 1 en 1 algauw 2. Tegelijkertijd bedacht ik dat ik eerder die dag op de website onder punt 2 van de praktische informatie had gelezen dat er geen pinautomaat aanwezig was en je dus beter contant geld mee kon nemen. 'Heb jij nog contant geld in je portemonnee?' vroeg ik aan mijn vrouw. Nee dus. We zouden moeten pinnen. Waar deed je dat tegenwoordig, vroeg ik me vertwijfeld af, maar zij had al bedacht dat het Rabobankkantoor het makkelijkst was - nog op de route ook.

Daar aangekomen liet ik de motor draaien, maar het duurde langer dan gedacht. Vijf hele minuten verstreken, en toen ze terugkwam bleek het niet gelukt; de ene pinautomaat was buiten werking gesteld, de ander bleek na lang proberen buiten werking te zijn. We vervolgden onze weg via De Bank. Hoewel de naam anders doet vermoeden inmiddels geen bank meer, al was er nog wel een pinautomaat aanwezig. Was inderdaad, want ook hier keerde mijn wederhelft onverhoopt terug; de pinautomaat moest net een paar weken geleden verwijderd zijn. 'Nog één poging dan,' zei ik, al minder zeker van onze zaak.

Op naar het winkelcentrum van Tweelingstad, daar hadden ze er misschien nog eentje. 'Nu mag jij eens' had mijn vrouw al gezegd, en op goed geluk was ik de passage ingelopen. Ziedaar: er stond er één, werkend en wel. Ik pinde gauw 20 euro en liep terug naar de auto. '20 euro maar? Lijkt je dat wel genoeg?' vroeg mijn vrouw. 'Ja, eh…' begon ik aarzelend, en daarna een beetje bozig: 'ik ga wel nóg een keer.' Ik liep dezelfde weg terug en stopte mijn pas opnieuw in de gleuf. Dat ging natuurlijk niet; iemand die kort na elkaar twee keer pint, dat kon geen zuivere koffie zijn. Ik kon dus fluiten naar mijn tweede transactie. Zuchtend liep ik terug naar de auto.

'Het is 20 euro of niks,' zei ik. 'Zullen we maar naar huis gaan?' vroeg mijn vrouw. Niks daarvan, besloot ik, die 20 euro zouden worden gespendeerd. Eenmaal aangekomen op het festivalterrein kwamen de geuren van gerookt vlees en vis ons al snel tegemoet. En zag ik ook een eerste bordje met de tekst: hier kunt u pinnen. Daarna nog één: liever pinnen. En: mobiel pinapparaat aanwezig. Kortom: ik heb nog 20 euro over. Iemand enig idee wat je daar mee kan tegenwoordig?

Martijn Muijs.