Streng beleid functieverandering buitengebied

ERMELO Vrijkomende agrarische bebouwing mag ook worden gebruikt voor het starten van een bedrijfje. Wel komt er een lijst van werkzaamheden die al of niet zijn toegestaan. Dat zegt wethouder Jan van den Bosch. Aan de hand van extern onderzoek concludeert hij dat de functieverandering in het buitengebied in algemeenheid goed loopt.

Wijnand Kooijmans

Wel kan vertraging optreden omdat het moeilijk blijkt een geschikte locatie te vinden voor de vervangende woningbouw. Dat vooral als het gaat om de bouw van meerdere woningen. Ermelo voert als het gaat om functieverandering een strenger beleid dan provinciaal is voorgeschreven. Daar mag vijftig procent van de ingeleverde oppervlakte aan agrarische bebouwing worden benut voor woningen. Ermelo hanteert 35 tot 40 procent. Dit om andere aanvragers tegemoet te komen die zelf niet genoeg sloopmeters kunnen ophoesten.

Rentmeester kantoor Noordanus en Partners concluderen overigens dat het voor agrarische ondernemers vanuit financieel oogpunt niet meer interessant is om een functieverandering naar wonen te realiseren. Dat heeft onder meer te maken met de lange procedure en de onzekerheid of de woningen wel verkoopbaar zijn. Dat maakt dat men het daaraan verbonden risico niet wil lopen. Over de rol van de gemeente zijn de meningen verdeeld. Een deel vindt dat in andere gemeenten aanvragen sneller worden afgehandeld. Een ander deel vindt dat een zorgvuldige belangenafweging tijd kost en vertraging soms optreedt door het wijzigen van plannen door de initiatiefnemers zelf. Dit laatste wordt beaamd door wethouder Van den Bosch.

Van de ondervraagden geeft een groot aantal aan dat gevarieerde bedrijvigheid, zoals de gemeente nu wil toestaan, ook kan bijdragen aan een leefbaar buitengebied. En daarmee de verrommeling kan worden tegen gegaan. Initiatiefnemers zijn tot nu toe weinig gericht op een functieverandering naar werk, mede door de economische situatie, Er worden weinig nieuwe bedrijven opgestart. Maar de ondervraagden vragen zich ook af of de gemeente een wijziging naar werk wel voldoende ondersteunt.

Ook wordt ervaren dat de gemeente verschillend omgaat met aanvragen. De ene aanvrager wordt meer toegestaan dan de andere. Als één van de oorzaken wordt genoemd dat de regelgeving ook voor de betrokken ambtenaren niet altijd helder is.

Onder meer is zou onduidelijkheid bestaan over wat wel en niet bij de sloopmeters mag worden meegerekend. Bij de ondervraagden bestaat behoefte aan duidelijker regels op dit punt. In totaliteit wordt het beleid van de gemeente als het gaat om functieverandering toch als positief ervaren. De communicatie kan, volgens de deelnemers aan het onderzoek, wel worden verbeterd. Vooral wordt vooraf te weinig informatie verstrekt waaraan een verzoek tot functieverandering moet voldoen. Ook de kosten van het opstarten van het proces worden als te hoog ervaren. Het gaat dan om bedragen van tussen de dertig- en honderdduizend euro. Dat brengt een financiële hobbel mee die voor velen moeilijk is te overbruggen.