• Archief BDUmedia

Hondentrimsalon krijgt bestemming van Raad van State

ERMELO Een hondentrimsalon binnen het gebied Tonselse Veld moet alsnog als zodanig worden bestemd in het bestemmingsplan. Dat heeft de Raad van State beslist. Aan een recreatiewoning hoeft geen bestemming 'wonen' te worden toegekend.

Wijnand Kooijmans

Door de eigenares van de hondentrimsalon was bezwaar aangetekend tegen het feit dat in het bestemmingsplan de salon niet specifiek als zodanig is bestemd. Volgens haar is het daardoor onvoldoende duidelijk waarom de trimsalon kan worden gezien als een bedrijf aan huis. De salon bevindt zich in een losstaand gebouw. Zij geeft aan belang te hebben bij een duidelijke planologische regeling voor de hondentrimsalon.

BIJLAGE Tijdens de behandeling van het bezwaar bij de Raad van State heeft de gemeenteraad aangegeven dat het plan kan worden verduidelijkt door de hondentrimsalon als zodanig mee te nemen in een bijlage. Het hoogste Nederlandse rechtscollege komt, mede op grond van deze toezegging, tot de conclusie dat het oorspronkelijke besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen.

De uitspraak betekent dat deze binnen vier weken moet worden verwerkt in het elektronisch te raadplegen plan. Bovendien moet de raad de door de eigenares gemaakte kosten van in totaal 1.194 euro vergoeden.

WONING Het bezwaar tegen het niet geven van een woonbestemming aan een recreatiewoning wordt door de Raad van State wel verworpen. Volgens de eigenares vormen de huurinkomsten een belangrijke bron van inkomsten en is de recreatiewoning steeds bewoond geweest.

In navolging van de gemeenteraad oordeelt het rechtscollege nu dat niet afdoende is aangetoond dat er steeds sprake is geweest van een permanente bewoning. Ondanks de twaalf verklaringen die door de eigenares zijn overlegd. Twee verklaringen worden door de Raad van State naar de prullenmand verwezen omdat deze niet zijn ondertekend.

TEGENSTRIJDIGHEDEN Verder concludeert de Raad van State dat er tegenstrijdigheden zijn te vinden in de afgelegde verklaringen. Uiteindelijke conclusie is dat de verklaringen voor een groot deel erg beknopt zijn en niet of nauwelijks met concrete gegevens zijn gestaafd. Bovendien heeft de eigenares geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid welke de gemeenteraad haar heeft geboden ander bewijs te overleggen.

De Raad van State neemt het oordeel over van de gemeenteraad dat het gebruik van de betreffende woning als woning of recreatiewoning niet wenselijk is omdat dan een klein woonerf met drie woningen ontstaat. Daarnaast speelt mee dat de woning nooit in het register van noodwoningen is opgenomen. Dat maakt dat de gemeenteraad ten aanzien van de woning in het gelijk wordt gesteld.