• Voorzichtig zetten Kees van der Meer en Peter van den Berg de glasaaltjes uit.

    Harry Schipper

Twee miljoen glasaaltjes uitgezet

HARDERWIJK ,,Dankzij het uitzetten van glasaal is de palingstand in de Randmeren en het IJsselmeer de afgelopen jaren al merkbaar verbeterd." Dat vertelde visverkoper Peter van den Berg van de bekende Harderwijker vishandel Dries van den Berg vrijdagmiddag op de kotter HK7 op het Wolderwijd.

Harry Schipper

De HK7 met schipper Peter Jansen en zijn familie was die zonnige middag de nieuwe Pasteurhaven op Lorentz uitgevaren om maar liefst driehonderdduizend jonge glasaaltjes uit te zetten op het Wolderwijd. Ook de HK78 van Jan Foppen koos vanuit de Harderwijkse haven het ruime sop om eveneens 300.000 glasaaltjes uit te zetten, maar dan op het Veluwemeer bij Hierden en meer richting Elburg.

IMPULS Behalve op het Wolderwijd en het Veluwemeer werden ook op de andere Randmeren glasaal uitgezet vanuit onder andere Bunschoten, Huizen en Almere. In totaal zo'n twee miljoen stuks. Met het uitzetten van de glasaaltjes wil de Stichting DUPAN opnieuw een impuls geven aan de palingstand. In deze stichting werken palingkwekers, palingvissers en palinghandelaren samen om het herstel van de palingstand in Nederland te bevorderen. Ze betalen een klein deel van de kosten: het grootste deel wordt gefinancierd door het ministerie van Economische Zaken.

STEUN Voor de aankoop van de glasaal, die op dit moment tweehonderd euro per kilo kost, is steun verleend vanuit het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij. Peter van den Berg had speciaal voor deze gelegenheid de verzamelde lokale pers aan boord uitgenodigd. Hij hoopt dat er over een jaar of tien zoveel paling in de Randmeren rondzwemt, dat er 'weer gouden tijden' aanbreken voor palingvissers en  natuurlijk ook palingverkopers zoals hijzelf. ,,Kijk", zegt hij, ,,vis kun je overal kopen. Maar hier in Harderwijk zit paling in onze ziel. Het hoort bij onze Harderwijkse identiteit."

KOTTERS In Harderwijk verdienen de bemanningen en gezinnen van zes kotters in de zomermaanden hun boterham met de palingvisserij op de Randmeren. Behalve de HK7 en HK78 zijn dat ook de HK70, de HK8 en de HK173, die in Bunschoten ligt. In de herfst en wintermaanden, als er niet op paling mag worden gevist, zijn vissoorten als snoekbaars en blei aan de beurt. Veel ervan wordt verkocht aan vooral Belgische hengelsportverenigingen, die de visstand in tal van binnenwateren beheren.

Voordat die gouden tijden aanbreken moeten eerst de jonge glasaaltjes uitgroeien tot bovenmaatse, volwassen exemplaren. De jonge diertjes zijn eerder deze week gevangen in riviermondingen voor de Franse kust. Ze hebben zich vanaf hun geboorteplek in de zesduizend kilometer verderop gelegen Saragossazee in de Cariben laten meevoeren  door de Warme Golfstroom.

De glasaal, in totaal 574 kilo, verpakt enkele tientallen piepschuimdozen die van binnenuit met ijs worden gekoeld, wordt uiterst voorzichtig overboord gezet. Eerst voert DUPAN-projectuitvoerder Kees van der Meer steekproefsgewijs wat tellingen uit en weegt wat dozen na. Ondertussen vertelt Van den Berg honderduit over de glasaaltjes en paling. Ondanks zijn fabelachtige kennis over de paling, waarin naar beste weten alleen zijn vader Dries hem in Nederland daarin nog overtreft, zijn palingen volgens hem 'de meest mysterieuze beestjes ter wereld'. ,,Zo heeft niemand nog ontdekt hoe ze zich voortplanten." Het is daarom palingvetmesterijen nog steeds niet gelukt om zelf paling te fokken. Ze zijn afhankelijk van de glasaal die voor de Spaanse, Franse en Engelse kusten wordt gevangen.

HINDERNISSEN Volgens DUPAN zouden de meeste  diertjes, die zich ophopen in riviermondingen, sterven omdat ze niet zelf de zoete Europese binnenwateren kunnen  bereiken. De kustweringen, dijken en stuwen blijken onoverkomelijke hindernissen. Daarom geldt in heel Europa de verplichting om de jonge paling in zoetwater uit te zetten. Wanneer de dieren zijn volgroeid tot schieralen en vanaf ongeveer eind augustus terug willen naar de Saragossazee om zich voort te planten, staan ze voor hetzelfde probleem. Daarom vangen honderden vissers en vrijwilligers ze in de polders  en bij sluizen en gemalen om daarna in teilen 'soms letterlijk' over de dijken te worden geholpen, om via de Waddenzee en de Noordzee weer de Atlantische Oceaan te kunnen bereiken.